veerleschrijft.be

Veerle Schrijft over Amerika đŸ‡ș🇾 đŸ‡źđŸ‡± inside out, cause my family is from the hood.

Menu
  • Stories
  • Over mij
  • Contact
Menu

Categorie: City Life

Twee spijbelaars in New York

Geplaatst op 4 maart 20237 maart 2023 door Veerle

Uitstekende timing. Mijn halfbroer ging trouwen op 10 december 2017 en nodigde ons uit om mee te vieren in New York.

Echt? 10 december? Tiens, dat zou dan net buiten de schoolvakanties vallen. Maar dat is geweldig, dachten we stiekem. Want in de eerste helft van december vlieg je spotgoedkoop. Voor onze twee wildebrassen zou het meteen de eerste keer zijn in de stad die nooit slaapt en waar ik best veel familie heb. Jules en Luna-Marie waren toen zes en negen.

Volgens de directrice was het geoorloofd om weg te blijven van school om familiale redenen. Plusminus twee weken, min of meer gewettigd. In ruil beloofden we dat Jules de maaltafels zou oefenen tijdens onze lange metroritten. En belofte maakt schuld. De moeilijkste rekentafels (zoals zeven maal acht) werden afgedreund op de M-line van Manhattan naar Bushwick. Luidop en in het Nederlands. Negen maal zes is…(?) Vijf jaar later is onze zoon nog steeds een krak in wiskunde.

Buiten onze familiefeesten om, wilden we graag genieten van boeiende buurten en andere tegenpolen. Zo boekten we drie nachten in het Yotel in Hell’s Kitchen / Manhattan. Daarna verbleven we een weekje in een airbnb in Bushwick.

Yotel had ik gekozen voor de futuristische looks. Op Pinterest was ik gefascineerd geraakt door beelden van Japanse capsulehotels. In dichtbevolkte Japanse steden wordt kennelijk van de nood een deugd gemaakt. Ze springen daar extreem-efficiĂ«nt om met de peperdure vierkante meters… Ă©n het design ziet er héél cool uit. De capsules waarin je slaapt zijn eigenlijk niets anders dan gestapelde dozen, op en naast mekaar gepropt. Alle verhoudingen in acht genomen is zo’n capsule niet veel groter dan de cocon van een rups.

Toen ik (alweer op Pinterest) ontdekte dat er ook in Manhattan een capsulehotel was geopend, ging mijn hart meteen sneller slaan. Yotel was de naam… dat zouden we ff uitproberen! Gelukkig voor mijn reisgenoten was het geen plek waar je in afzonderlijke dozen slaapt, maar in een heuse hotelkamer / familiekamer in ons geval. En niet eens zo klein, als je de doorsnee New Yorkse woonruimte als referentie neemt.

Waarom wordt Yotel dan toch een capsulehotel genoemd?

Door de geweldige looks, vermoed ik. Het interieur is strak en even verrassend als in een Apple Store, maar dan wel met gezellige accenten. De toonaangevende kleuren zijn Apple-white en retro-paars, maar die worden aangevuld met bohemian stuff. De check-in gebeurt automatisch aan een futuristische booth met neonletters. En verder is er een schattige robot die je bagage bewaakt en gaat ‘opvissen’. Op het moment dat je een echte mens zou nodig hebben… aan de bar, bijvoorbeeld, of als er iets zou mislopen met de automatische check-in, dan krijg je ook echt vriendelijke mensen te zien.



Op 20 juli 2018 verscheen mijn reportage over New York (en Yotel) in De Standaard:

Yotel vervult een missie in New York. In hun flagship hotel laten ze zien dat technologie best zacht en aaibaar kan zijn. Het buzzword is ‘Apple White’. Strak, maar niet eentonig. Want er zijn leuke gadgets die het witte decor ontmaagden, zoals Marokkaanse poefs, weelderige mini-boompjes en betaalbare cocktails. Hier komt de wind uit Silicon Valley.

Compact

We hadden tien dagen New York voor de boeg, voor vakantie en een familiebezoek. Tussen de plannen door kwam er een vaag idee door m’n hoofd spoken: ik had ooit een robot-achtig hotel op Pinterest gezien: Yotel, geĂŻnspireerd op de Japanse capsulehotels, maar dan met Ă©chte kamers. Je slaapt er dus niet in een doos (of doodskist), maar in een compacte hotelkamer met een ‘Apple White’-uitstraling.

Nu goed, onze twee onstuimige kinderen reizen mee naar New York en zij hebben echt wel speelruimte nodig. Met hen erbij zou compact misschien wel een beetje ‘krap’ zijn? En zo kwamen we netjes tot een compromis: drie dagen Yotel en verder ook een airbnb met veel ruimte voor de wildebrassen onder ons. Ik had het hotel gekozen, dus ging mijn man op zoek naar een tweede adresje.

“We gaan naar Bushwick in Brooklyn”, zo stelde mijn man onze airbnb voor. “Dat lijkt echt wel een goeie buurt, met een supersnelle metrolijn naar Manhattan.” 

We troffen daar een ruim appartement met twee slaapkamers en het bleek niet eens zo duur te zijn. Wat een mazzel, dan hou ik meer dollars over om te shoppen. Dat vind ik echt handig. In de stad van Marc Jacobs, yes!

Op slag verliefd

Toen ik Bushwick googelde, voelde ik meteen liefde op het eerste gezicht. Ik moet wel even meegeven dat ik van ruige buurten hou. Buurten die nog niet ontdekt zijn door hipsters. Waar je wel al een skateshop hebt, maar nog nergens een latte kan drinken. Hoewel… je weet dat die coffeebar er snel zal komen. Misschien wel te snel.

Ik was benieuwd: in welke tussenfase zou Bushwick zitten? Het bleek een Hispanic community te zijn, waar je de allerbeste guacamole vindt, buiten Mexico, neem ik aan, en waar slechts 9% van de bevolking uit blanke Amerikanen bestaat, voornamelijk yups en hipsters en eventueel nieuwe wereldburgers waarvoor we nog een term moeten bedenken.

Feit is wel dat deze 9% snel zal verdubbelen en misschien wel verdrievoudigen. Want ik kwam direct al een paar coole reportages van The New York Times tegen: ze schrijven de buurt de hemel in. Dat is wel nog maar heel recent begonnen. Laten we hopen dat de gentrification goed afloopt, met een win-win voor iedereen.

Neon M&M’s

Maar eerst Yotel: daar brengen we onze eerste dagen door en daar ging ik over schrijven, dat was de opdracht. De buurt rond Yotel is misschien niet zo bloedstollend, maar het design en de looks van het hotel zijn dat wel… bloedstollend en ook nog eens futuristisch met een Robot die je welkom heet.

Neem er even de kaart van Manhattan bij en dan zie je dat Yotel zich in het epicentrum van de heksenketel bevindt. Dit is Midtown Manhattan: de ideale locatie om de klassiekers en highlights te bezoeken en dat laatste mag je letterlijk nemen. 

Times Square is maar twee blokjes van Yotel verwijderd en daar wil onze zoon dolgraag naartoe. De eerste avond al. Jetlag of niet. 

Wat ik dan weer zo boeiend vind aan New York: dat is dat zelfs de clichĂ©s verrassend blijven. Op het al zo kitscherige Times Square heb je de ĂŒber-kitsch van M&M’s World. De kleurrijkste snoepjes ter wereld stromen hier door gigantische buizen, over de drie verdiepingen heen, langs liften, boven en onder roltrappen.

Op het gelijkvloers stromen alle M&M’s dan samen tot één reusachtige Wall of Chocolate. 72 buizen en 72 verschillende kleuren. Zo zie je meteen welke vrolijke kleuren er allemaal bestaan op de Amerikaanse snoepjesmarkt. Een ware bedreiging voor de volksgezondheid. Dit is zodanig over-the-top dat je het wel leuk moet vinden. Of weird. Om een maf verhaal af te sluiten heb je dan de M&M’s colour mood analyser. Mijn dochter kreeg de diagnose ‘mintgroen en bang voor spoken’. Wat klopt als een bus.

Een ander clichĂ© waar onze kinderen naar uitkeken, dat waren de dog walkers in Central Park. Studenten, would-be acteurs en freelancers die een cent bijverdienen door de viervoeters van iemand anders uit te laten. Die wilden ze zĂŹĂšn. Alleen zijn die in het echt minder stuntelig dan wat mijn dochter zich herinnerde uit The New Nanny. We zagen ook dat de meeste dog walkers slechts een vijftal hondjes bij zich hadden, geen dertien. 

Central Park is natuurlijk een toplocatie als je met kinderen op stap bent. Vanuit Yotel was het een fikse wandeling van 17 straatblokken om het zuidpuntje van het park te bereiken. De zuidkant is trouwens de meest kindvriendelijke kant van Central Park: daar heb je de Carrousel, de schaatsbaan en de dierentuin. En speeltuinen? Die heb je doorheen het hele park. Misschien wel meer dan twintig in totaal.

Doe mij maar een Cosmopolitan

Het zou natuurlijk een understatement zijn om Yotel alleen maar te zien als een prima uitvalsbasis. Het hotel heeft een missie… het design doet je nadenken over de toekomst, daar is geen flyer voor nodig. What you see is what you get. Je krijgt alles wat je nodig hebt, maar niets wat niet nodig is.

Het is een onberispelijk strak ontwerp, geen mikmak, maar toch fusion. De designers hebben twee stijlen in mekaar laten overvloeien: er is de compactheid uit de Japanse capsulehotels, maar dat wordt gepimpt met iets als glamour… maar dan niet dikkenekkerig, en zeker niet patserig. Eerder de sfeer van een chique luchthaven. Droom even weg en denk aan een elegante loungebar waar de jetset van deze wereld op adem komt… tussen twee vermoeiende vluchten in. Members only.

Zo is Yotel: het is een hotel met een airport-uitstraling, stijl Singapore Airlines: met lage loungebanken en een iets te fel verlichte bar. Zo staat hun exclusieve Gin in het licht… (werkelijk in het licht van de LED-strips). De staff ziet er ontspannen uit, ze shaken cocktails met de glimlach. Niks fake. Het team bestaat hier uit mensen en robots. En iedereen is even sympathiek.

Kogelgaten

Toen we uitcheckten hebben we de Chef-Robot leren kennen: Yobot hield onze bagage bij, toen we nog even de stad in wilden. Daarna namen we een taxi naar Bushwick, een nieuw avontuur tegemoet: met hiphoppers, graffiti en de lekkerste taco’s. 

Met de taxichauffeur hebben we het nog even over koetjes en kalfjes. Ja, we gaan echt naar Bushwick. Klopt, ja, we gaan daar echt vakantie nemen. Nee? Hoezo? Lege kogelhulzen op straat?

Rapper Jay-Z is opgegroeid in de buurt en noemt het daar ook al gevaarlijk. Maar rappers overdrijven in hun songs.

www.yotel.com



Te ontdekken in de buurt van Yotel en verderop

Yotel ligt aan de westelijke kant van Midtown Manhattan, gekend als Hell’s Kitchen.

Hier woont de grootste holebi-gemeenschap van New York, vandaar de vele gay bars en er is ook een straight friendly boetiekhotel: The Out (holebi’s zijn de ’target’, maar iedereen is welkom).

Hell’s Kitchen is de hemel op aarde voor foodies: de grote namen zijn Chelsea Market (voor wie zelf gaat koken) en de Food Court van Gotham West Market. 

Yotel ligt op wandelafstand van Times Square en Broadway. Central Park is een fikse wandeling. Er is wel een kleiner park in de buurt van Yotel: Bryant Park.

Central Park kan je combineren met cultuur en musea:

  • The American Museum of Natural History
  • The Metropolitan Museum of Modern Art (MoMA)
  • Guggenheim Museum

Fijn met kinderen:

  • Rose Center for Earth and Space
  • The High Line: park aangelegd op een oude spoorlijn, meer dan twee kilometer lang, Meatpacking District
  • Cupcake Tour, ondermeer in Greenwich Village
  • M&M’s World
  • Twee geweldige Legowinkels om in te verdwalen, net als in het echte Legoland (er is er één vlakbij het Rockefeller Center, de andere is in de buurt van het Strijkijzergebouw, 5th Avenue) 


Print-versie in De Standaard van 20 juli 2018:

Unorthodox Williamsburg

Geplaatst op 4 maart 20238 maart 2023 door Veerle

Of een reis belangrijker is dan de bestemming?

Daar kan ik me iets bij voorstellen, zeker als je de tijd neemt om van het reizen te genieten. Maar het gezelschap is minstens even belangrijk.

Het New Yorkse Williamsburg stond al sinds de eerste Lockdown op m’n bucketlist. Al klinkt een bucketlist iets te doelgericht voor iemand die stelt dat de reis belangrijker is dan de bestemming. En toch moest het Williamsburg zijn: de plek waar Unorthodox zich afspeelt, een reeks die ik wel drie keer heb gebingewatched op Netflix… om daarna ook het boek in één ruk uit te lezen. De tweede keer begon ik als een gek post-itjes te plakken. Oranje labels voor de stukken die ik het lezen waard vond -maar eigenlijk was elke letter het lezen waard. En groene post-its voor de interessante straten in Williamsburg.

The Wedding in Unorthodox
My own Feldman family, The Bronx NY, 1973

Toen ik eindelijk m’n doel had bereikt (Williamsburg), wilde ik alles opnieuw lezen, niet alleen de bladzijden met de groene labels. Het was zo fascinerend om in de wereld van Unorthodox rond te hangen en ondertussen het verhaal nog eens te verslinden. Ik ging er meerdere keren op speurtocht
 het boek dicht tegen me aangeklemd.

Ik wilde graag het pure Williamsburg beleven, samen met Deborah Feldman, heldin van het magnum opus dat ik tegen m’n hart hield. Dit is de plek waar ze leefde als kind en als rebels tienermeisje
 en daarna nog enkele jaren als volgzame orthodoxe vrouw. Haar verhaal greep me aan, bovendien is Feldman ook de naam van mijn Amerikaanse grootouders. Al waren Pop en Shirley Feldman zeker geen orthodoxe gelovigen. In hun gloriejaren waren zij nieuwbakken Amerikaanse burgers die van het moderne New York hielden, maar ook nog de joodse feestdagen in ere hielden.

Binnengluren in het zuiden

Om het ultraorthodoxe zuiden van Williamsburg te bezoeken had ik afgesproken met mijn halfbroer, Travis Feldman. Hij had toegezegd om de fotograaf van dienst te zijn
 want ik had het toch wel in mijn hoofd gehaald om hier professionele foto’s te schieten. Ik werk namelijk aan een verhalenbundel over mijn Joodse familie. En voor die reeks wil ik graag foto’s van mezelf (m’n kleurrijke zelf) in Joodse buurten, liefst verspreid over meerdere continenten.

Antwerpen, september 2021
Williamsburg, januari 2022

Travis leek me het ideale gezelschap voor een eerste verkenning van South Williamsburg. En dat niet alleen omwille van zijn fotografisch oog
 hij brengt mensen, sferen en achtergronden samen zonder dat het opvalt dat hij er moeite voor doet. Maar boven alles heeft hij de naam Feldman op z’n paspoort staan. En dat voelt aan als een wapenschild, zeker op deze plek. Alsof we dankzij onze eigen stamvader mogen binnengluren in het leven Deborah Feldman van Unorthodox. Hier zouden we makkelijk joods geĂŻnspireerde foto’s kunnen schieten. Zoiets had ik al uitgeprobeerd in de ultraorthodoxe wijk van Antwerpen. Toen liep alles op wieltjes. De Antwerpse orthodoxen vonden het best okĂ© om mee te werken als figuranten. Maar hier in Williamsburg voelden we meteen dat het een pak lastiger ging worden. Het leek wel alsof ons decor wilde wegvluchten. Weg van het vizier van onze camera. 

Williamsburg is niet voor niets de meest strikte joodse wijk ter wereld. Tot overmaat van ramp hadden Travis en ik ons uitje gepland op een zaterdag
 en ja, ik besefte maar al te goed dat een sabbat misschien tot nog meer koppigheid kon leiden in deze al zeer gesloten gemeenschap. Bij het googelen werd ik alvast met m’n joodse neus op de feiten gedrukt: de bagelzaken waar we naartoe wilden waren gesloten op zaterdagen -althans tot na zonsondergang. Maar goed, we wilden fotograferen bij daglicht en de fotograaf van dienst was alleen vrij op zaterdag.

Zo begonnen we onze sabbat-wandeling langs Lee Avenue. Deze honderd procent koosjere winkelstraat speelt een belangrijke rol in Unorthodox. En daarnaast is het ook de belangrijkste invalsweg als je komt aangelopen uit het coole noorden. Het was zonnig, maar heel mistroostig, en het vroor dat het kraakte. Zoals verwacht waren alle winkels en eettenten dicht. We slalomden over de voetpaden, tussen afval, rotzooi en kapotgescheurde vuilniszakken door. En verder liep er geen kat op straat -behalve Travis en ik. 

Een dag van rust en gebed

Troep op de stoep, dat geeft een treurig beeld, zeker in combinatie met gesloten rolluiken en hekwerk. Maar tot onze vreugde zagen we plots een groene rechthoek op het stratenplan
 een park? Daar zou misschien meer leven te bespeuren zijn. Het park bleek geen park te zijn, maar we zagen ineens wel meer volk op straat. We probeerden foto’s te maken met de couleur locale op de achtergrond, maar zagen hen wegvluchten voor onze spontane uitingen van kunstzinnige fotografie. Vandaar dat we overschakelden op iets als beleefde diplomatie. We vertelden aan iedereen die het wilde horen dat we speciaal naar hier -Williamsburg- waren gevlogen
 op zoek naar onze eigen joodse roots. (We horen er toch een beetje bij?) Travis kwam speciaal aangevlogen uit Miami en ik zelfs uit het verre Europa.

De meeste mensen reageerden vriendelijk, maar gaven aan dat hun Sjabbes echt wel een zéér heilige dag is. Op zo’n dag gingen ze niet zomaar meewerken aan een project dat plotseling uit de hemel kwam vallen. Ze gaven ons de raad om de volgende dag terug te komen. We namen hun advies ter harte en ondernamen een tweede poging op zondag -en dat is een doordeweekse werkdag in de orthodoxe wereld. Travis verplaatste zelfs z’n vlucht (terug naar Miami) om dit allemaal mogelijk te maken. 

Maar jammer genoeg leek het erop dat hun zogenaamd heilige Sjabbes een makkelijke uitvlucht was geweest. “Les excuses sont faites pour s’en servir”, zei m’n grootmoeder als ze mijn smoesjes doorprikte.  

Mensen wringen zich weleens in bochten om uitvluchten te verzinnen en dat kunnen we hen maar moeilijk kwalijk nemen. Het gaat hier om de onderdanen van een ietwat mysterieuze en gesloten gemeenschap. Ze zijn niet zo vertrouwd met bezoekers, laat staan toeristen.

Maar we vonden het wel fijn dat de winkels nu gewoon open waren. Dat gaf ons de kans om helemaal op te gaan in het dagelijkse leven van Williamsburg. Want als ik in het hippe noorden zou wonen, dan zou ik misschien echt wel naar hier afzakken om boodschappen te doen. Bij gebrek aan een ontbijt vooraf gingen we van start bij Hot Bagels. Deze laatste zaak is een aanrader voor iedereen die van New Yorkse bagels houdt. Ikzelf ging voor de authentieke combinatie van zalm en cream cheese. Het was heerlijk: om duimen en vingers af te likken
 en kosher as hell. Een zalm is nu eenmaal een vis met schubben, wat maakt dat deze soort het goed doet in koosjere keukens, over de hele wereld.

Hot Bagels, Lee Avenue, Williamsburg

Daarna liepen we van de ene supermarkt naar de andere bakery store. Overal deden we ons verhaal. Dat laatste ging spontaan, want onze camera was duidelijk zichtbaar. Bij Oneg Bakery verliep het allemaal heel openhartig. Meneer Oneg had het met ons over z’n schoonzoon uit Antwerpen en ook over zijn passie voor chocolade. Deze zoete lekkernij wordt ten zeerste gewaardeerd in de Orthodoxe wereld. Hij deed z’n betoog met een brede glimlach tussen zijn witte snor en woeste baard. 

Oneg Bakery, Lee Avenue, Williamsburg

Hij liet zijn sympathie zien door ons vol te proppen met heerlijk gebak. Er waren de verwachte smaken zoals amandelen, hazelnootchocolade en cranberry’s. En daarna kwamen er gebakjes met meringue in knalkleuren. Dit is Amerika, een continent waar taartjes en gebak er best kitscherig mogen uitzien.

Hoe meer we proefden, hoe meer we wilden kopen
 ook dat is een gevierd principe van etnisch ondernemerschap. In de namiddag werden we nog bij onze (atheïstisch-)joodse familie in New Jersey verwacht. Daar wilden we liever niet met lege handen aankomen. Eigenlijk had ik al een paar dozen met Belgische chocolaatjes voor hen klaargezet, maar er kon zeker nog wat koosjer gebak bij. Want je hoeft niet orthodox te zijn om verslaafd te raken aan chocolade.

 Op fietsvakantie in Borgerhout

Geplaatst op 4 maart 20237 maart 2023 door Veerle

Na een lange hete zomer met plakkerige ijsjes en zand tussen de tenen, waren we toe aan een citytrip zonder kids. En dan is Antwerpen altijd een goed idee. Want nergens anders in West-Europa vind je zoveel erfgoed, koffiebars en bohemian gardens op een kleine oppervlakte. En last but not least: een fashion scene de naam waardig. 

Voor de gelegenheid hadden we twee nachten geboekt in de B&B Droom+Daad in Borgerhout. Voorwaar, we opteerden voor het District Borgerhout. Zouden we dan een heel weekend lang de Koekenstad links laten liggen? Zou dat lukken… ’t Stad letterlijk links laten liggen? (Het ging gewoon vanzelf en dat was een aangename verrassing.)

Droom+Daad was al sinds 2010 het geesteskind van Bie Franken en Ton Jansen. Hun unique selling point? Antwerpen promoten via Borgerhout en omgekeerd: daar zijn ze jarenlang zoet mee geweest, tot en met de dag waarop wij aankwamen. Geheel toevallig hadden we er een legendarisch weekend uitgekozen. Na meer dan acht jaar vol passie en gastvrijheid werd Droom+Daad overgelaten aan een nieuw gezin. De ‘overdracht’ stond par hasard gepland tijdens ons verblijf.

De oude én de nieuwe eigenaars (Chantal en Christian) zouden ons de eerste avond op sleeptouw nemen. Eerst naar een tapasbar, twee straten verderop, Bar Luca. En daarna op kroegentocht. Het was heerlijk om zien hoe Chantal en Christian geïnspireerd werden door Bie en Ton. Voor zover dat nodig was, want ook bij Chantal en Christian zat/zit de passie voor Borgerhout er van nature ingebakken. Ze stonden te popelen om de nobele missie verder te zetten, en vier jaar later doen ze dat nog steeds met evenveel schwung.



Op 27 oktober 2018 verscheen mijn reportage over Borgerhout (en Droom+Daad) in De Standaard:

Borgerhout wordt weleens gezien als een uitvalsbasis om Antwerpen te ontdekken. Zo waren we zelf ook vertrokken met een to-dolijstje voor de ‘echte’ stad, want die ligt op fietsafstand van de B&B. Lekker makkelijk, dacht ik, we kunnen naar mijn lievelingsbuurt fietsen, rond de Lombardenvest, en misschien ook naar ’t Zuid en naar het jodenkwartier waar we ooit woonden.

Enfin, we besloten om ons eerst te laten verrassen door de buurt rond de B&B. Toch voor even. En zo stelden we op zondagavond vast dat we 48 uur lang in Borgerhout zijn blijven hangen.

BoHo 2140

Ooit werd het Borgerokko genoemd, je kon er vastgoed kopen voor een prikje, de brave burgers trokken er weg, kunstenaars en andere creatievelingen begonnen er grote pakhuizen op te kopen. Zo gaat dat wel vaker met achterstandswijken rond grote steden. In het kielzog van de early adopters kwamen er jonge hipsters en ook gezinnen in Borgerhout wonen. De vastgoedprijzen zijn gestegen, maar blijven binnen de normale perken. Gentrification en hipsterfication, voor een stuk wel… maar ik heb niet het gevoel dat sociaal zwakkeren hier worden weggejaagd.

De schimpnaam ‘Borgerokko’ had een geuzennaam kunnen worden, met trots gedragen door de bewoners, misschien klonk het niet divers genoeg. De vereniging van handelaars koos voor Boho 2140, met een edgy New Yorkse vibe erin, naar analogie van SoHo, Nolita en TriBeCa, waar hipheid hand in hand gaat met afkortingen en windstreken.

Voer voor kommaneukers

Zelf ben ik een stadsmens in hart en nieren. En daarbij geef ik de voorkeur aan steden die nogal chaotisch zijn, liefst ook een beetje patser-achtig. Voor mij is Borgerhout een topper.  

Ton, de vorige gastheer van Droom+Daad, is verknocht aan Borgerhout. Hij stelde voor om ons al fietsend wegwijs te maken in zijn BoHo, uiteindelijk nam hij ons een hele zaterdag op sleeptouw en hebben we ons geen seconde verveeld. We vielen van de ene ‘wauw cool’ in de andere.

De B&B bevindt zich in een zijstraat van de Kerkstraat. Van daaruit fietsen we richting Turnhoutsebaan. Als liefhebber van patserige buurten vind ik de Turnhoutsebaan best OK, het heeft iets gezelligs en mediterraans, maar je kan het niet meteen een fietsparadijs noemen. Je moet er slalommen tussen (drie)dubbel geparkeerde camionetjes die nu eenmaal bij de lokale bedrijvigheid horen. En de verkeersregels worden hier net iets breder geĂŻnterpreteerd. Al bij al is dit de enige straat in Borgerhout die de vooroordelen van de criticasters bevestigt. En misschien wel op een vrij hardnekkige manier?

In principe hoef je niet te fietsen langs deze drukke invalsweg. Recent zijn er veilige fietsstraten aangelegd, parallel aan deze hoofdas. En sinds 2015 heb je een heuse metrolijn die Borgerhout verbindt met alle andere must-do’s in Antwerpen.

Patsers en foodies

De BoHo-chic adresjes bevinden zich links en rechts van de Turnhoutsebaan. Als ik mijn eigen gevoel volg, dan ga ik naar links, daar heb je de achterkant van de Roma, met de Zeno X Gallery, en verderop het gezellige Moorkensplein met Mokkakapot en CafĂ© Mombassa. Maar de eyecatchers en publiekstrekkers bevinden zich wel degelijk aan de rechterkant van de verkeersader, in de buurt van de Kerkstraat. Alles ligt hier op fietsafstand van mekaar, en zo reden we door naar de graffiti-muur van Matthias Schoenaerts, waar ik toch even wilde stilstaan, fiets aan de hand. Het kunstwerk uit Patser (de film) blijft op je netvlies hangen. Het straalt iets mysterieus uit, ongrijpbaar… alsof al het creatieve talent van Borgerhout hier zit samengebald, in een straat die op een plein lijkt. Of is het omgekeerd.

Nauwelijks 400 meter verder zit je in de stationsbuurt en daar arriveer je alweer in een andere wereld. We hebben zelf nog in het diamantkwartier gewoond, vandaar dat ik de buurt rond de Sun Wah vrij goed ken. Maar ik was aangenaam verrast om er een nieuwe landmark te zien: de overdekte markt CriĂ©e. Eigenlijk was er altijd al een supermarkt op de Van Wesenbekestraat 24. Tot en met 2016 was dat een banale Spar, maar het pand zelf had heel andere troeven, zoals de sierlijke dak- en draagconstructie uit 1904. En het zijn nu net deze historische elementen die in 2017 een facelift ondergingen. Zo is het een hedendaagse souk geworden, zonder klassieke rayons, maar met belevingshoekjes.

Het publiek in de Criée is even divers als buiten op straat. Vlaamse foodies en Aziatische wereldburgers winkelen vrolijk door elkaar. Voor deze laatste target group is er een verstoog met speciallekes, zoals baarmoeders van boerderijdieren. Mooi dat al die werelden samenkomen op een nieuwe, iconische plek.

Terugfietsen deden we via het De Coninckplein, compleet gehuld in Afrikaanse geuren. De Angolese gemeenschap hield net een buurtfeest met barbecue, onder de rode tentjes van Stad Antwerpen. Eigenlijk is hier altijd een feestje aan de gang, wanneer je ook komt… De ene keer zie je Congolese schones defileren voor een modeshow, op andere avonden wil je direct meeswingen op de bruisende beats uit pakweg Ghana of Mali.

Swingend BoHo

Er was zoveel te beleven en bovendien hadden we een geweldig zonnig septemberweekend uitgekozen. Dat maakt dat we heel weinig tijd in de B&B hebben doorgebracht.

Ergens was dat jammer, want Droom+Daad is een toplocatie waar je kan chillen in een fijne zithoek of op het zonovergoten terras. Maar de tijd die we er doorbrachten was zalig en voor herhaling vatbaar: slapen als een roos en daarna genieten van een lekker en royaal ontbijt. En tussendoor gezellig bijbabbelen met Christian die het ontbijt serveert. En dan maar beleefd om een stevige koffie vragen… ondanks de verkwikkende nachtrust, stond ik telkens op met een houten kop. We hadden ons namelijk twee avonden op rij in het ‘uitgaansleven’ gestort. En dat was toch een fijne verrassing, in Borgerhout wordt er net zo hard gefeest als in Antwerpen-Zuid. Ons kent ons, zonder dikdoenerij.

Zo zijn we op vrijdagavond tot in de vroege uurtjes in Bar Bakeliet blijven hangen. En ook aan Bar Luca koesteren we fijne herinneringen. De ‘oude’ en de ‘nieuwe’ uitbaters van Droom & Daad namen ons mee uit eten naar deze sympathieke tent. Ze vonden het een prima introductieplek… om Borgerhout op een levensechte manier te leren kennen. En het was meteen een schot in de roos, met tapas, goeie Spaanse wijnen en ook nog eens een uitgebreide Belgische bierkaart. Het zijn grote tapas: goed gevulde bordjes die ze in Spanje raciones noemen. Hoe groter het gezelschap, hoe meer gerechten je kan uitproberen: van Spaanse kroketjes tot Vietnamese spiesjes en zovéél soorten hummus dat je de tel kwijtraakt.

En op zondag? Toen was het 25 graden en zochten we wat verkoeling bij de waterpartijen in Park Spoor Noord. Daar waren net salsalessen aan de gang… met een Corona en Caipirinha aan onze strandzetel was het plaatje compleet. Antwerpen-Noord met een Latino-schwung, zalig.



Print-versie in De Standaard van 27 oktober 2018:

Veerle Beirnaert

Recente Stories

  • Twee spijbelaars in New York
  • Unorthodox Williamsburg
  •  Op fietsvakantie in Borgerhout
  • My Jewfro
  • Joodse godsdienst op School

Categorieën

  • City Life
  • Heritage

© 2026 veerleschrijft.be | Aangedreven door Minimalist Blog WordPress thema